Wat gebeurt er als iemand donor wordt?

Alleen als iemand in het ziekenhuis dood gaat, is orgaandonatie mogelijk. Iemand ligt op de intensive care en wordt beademd. Het gaat bijna altijd om een situatie die plotseling ontstaat. Bijvoorbeeld bij mensen die een hartaanval, een hersenbloeding of een ongeluk krijgen.

Mensen die thuis doodgaan kunnen alleen weefsels doneren. Voorbeelden van weefsels zijn huid, bot, kraakbeen en pezen.

De artsen in het ziekenhuis doen er alles aan om de patiënt beter te maken. Alleen als na verloop van tijd duidelijk is dat de patiënt nooit meer beter wordt en doodgaat, mag de arts de keuze in het Donorregister bekijken. Hierin staat de wens van de patiënt.

Al die tijd zorgt een machine ervoor dat de patiënt zuurstof krijgt. Door de zuurstof blijft het hart pompen en het bloed stromen. Als er geen toestemming is voor orgaandonatie dan wordt de machine stop gezet. Het heeft geen zin meer om de patiënt verder te behandelen. Het moment waarop dat gebeurt wordt met de familie besproken. Als de machine wordt gestopt, stopt het hart met kloppen door tekort aan zuurstof en gaat de patiënt dood.

Vaststellen van de dood

Als er wel toestemming is voor orgaandonatie, dan moet de arts nog extra onderzoek doen. Na dit onderzoek, kan de overledene orgaandonor worden. De arts weet dan zeker dat de patiënt dood is.

Artsen weten zeker dat de patiënt dood is omdat hij hersendood is of omdat het hart voor altijd gestopt is met kloppen:

  • Hersendood. Als de arts vermoedt dat de patiënt hersendood is dan onderzoekt hij of dat ook echt zo is. Bij hersendood werken de hersenen niet meer. De hersenen zijn volledig en voor altijd kapot. Meerdere artsen moeten de hersendood vaststellen door het volgen van het hersendoodprotocol. Tijdens en na de onderzoeken krijgt het hart zuurstof door de machine en kan het blijven kloppen. Doordat het hart en de organen zuurstof krijgen, blijft donatie van organen mogelijk.
    De borstkas gaat op en neer, het hart klopt en het lichaam is warm. Toch is de patiënt medisch en voor de wet echt dood. Dit kan soms moeilijk te begrijpen zijn voor de familie.

Lees meer informatie over hersendood.

  • Hart en de bloedsomloop. Als de arts zeker weet dat behandelen geen zin meer heeft en de patiënt doodgaat, dan moet hij de behandeling stopzetten. De machine die voor zuurstof zorgt, gaat uit. Alleen als de bloedsomloop van de patiënt dan binnen 2 uur stilstaat, is orgaandonatie mogelijk. Zodra de bloedsomloop stopt, wacht de arts nog vijf minuten. Hij weet dan zeker dat het hart niet meer vanzelf gaat kloppen en de patiënt dood is. De overlijdensformulieren worden ingevuld.

Lees meer informatie over het stoppen van het hart en de bloedsomloop.

Het doneren

Als de overledene orgaandonor is krijgt de familie al die tijd begeleiding van een verpleegkundige die alles weet over donatie. Ze kunnen voor en na de operatie bij de patiënt zijn. Er is tijd om afscheid te nemen totdat de operatie start. Dit is voor de familie vaak een erg verdrietig en soms ingrijpend moment.

Na de operatie komt het lichaam van de overledene terug bij de familie. De artsen zorgen er altijd voor dat het lichaam er netjes uitziet. De familie kiest zelf het moment van de begrafenis of crematie.

Ongeveer zes weken na de operatie krijgt de familie te horen of de transplantaties zijn geslaagd. Ook krijgt de familie dan te horen of de ontvanger een man of vrouw is en in welke leeftijdscategorie hij of zij valt.

Meer informatie over orgaan- en weefseldonatie

U kunt meer lezen over hoe donatie gaat op de website van de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS):

De NTS kan u helpen als u vragen heeft over orgaan- en weefseldonatie. Op www.transplantatiestichting.nl krijgt u antwoorden of vragen zoals bijvoorbeeld:

  • Wanneer kan orgaandonatie wel en wanneer niet?
  • Hoe gaat het gesprek over donatie met mijn familie?
  • Kan mijn familie nog afscheid nemen als ik donor ben?

U kunt ook bellen naar: 0900 821 21 66.